door Jan Van den Hemel

DER ERFOLGREICHE INSTRUMENTENBAUER

Gottfried Silbermann is vooral als orgelbouwer bekend .
Hij werd geboren in Kleibobritzch ( 1683 ) in de buurt van Freiberg ( Saksen ) , en stierf in 1753 . Over zijn leertijd is weinig bekend maar hij is waarschijnlijk na enkele jaren " Wanderschaft " bij zijn oudere broer Andreas in Straatsburg (Elzas ) in de leer gegaan Hij verbleef daar ongeveer van 1702(?) tot 1709 , en kwam in 1710 terug in de omgeving van Freiberg .

Als orgel en klavichordbouwer werd hij door zijn tijdgenoten zeer geprezen, maar ook zijn clavecimbels waren zeer geliefd.
De "Orgelexaminationen " contracten en offertes etc. zijn voor ons een belangrijke bron over het doen en laten van Silbermann. Ze geven echter weinig informatie over zijn activiteiten als bouwer van besnaarde klavierinstrumenten.


ENKELE VOORLOPERS VAN SILBERMANN .


Cristofori, wiens naam verbonden is aan de eerste pianoforte, moet éen of meer voorlopers of mede-ontwikkelaars gehad hebben. We kunnen namelijk vaststellen, dat voor een dergelijk ingewikkeld mechaniek een onderdompeling in de praktijk noodzakelijk was.
Dit vroeg om een lange periode van ontwerpen en experimenteren, gebruiken en aanpassen; mogelijk teveel voor éen mensenleven.
In dezelfde tijd (rond 1700), dat Cristofori zijn onderzoek deed, werkte Pantaleon Hebenstreit aan een hakkebord of cimbaal, en hij ontwikkelde dit instrument tot een groot en expressief instrument.
Hij bespeelde het o.a. aan het Franse hof van Lodewijk de 14e in 1705 : het instrument verwierf toen de naam Pantaleon.

Schröter, die ook de uitvinding van de pianoforte claimde in 1717 zou hierdoor zijn geïnspireerd.

Marius, de uitvinder van het "Clavecin brisé", baseerde zijn ideeën op de gegevens van Cuisinié uit Parijs, en op die van Hebenstreit ( 1716). Zowel de ontwerpen van Schr?ter als die van Marius liepen ver achter in ontwikkeling bij die van Cristofori.

DE INVLOED VAN CRISTOFORI

De compromisloze copie die Silbermann maakte van een Cristofori mechaniek, bewijst dat hij een echt instrument van hem gekend moet hebben. De vraag is echter, hoe hij hiermee in contact kwam.
Silbermann ondertekende in 1718 een contract voor de bouw van het orgel in de St. Sophienkerk te Dresden. Hij voltooide het orgel in 1720. Hij verbleef dus geruime tijd in Dresden.
Zeer waarschijnlijk is het, dat na de renovatie van de Opera aan het hof van Dresden door Lotti (1716-1719), er een grote groep Italiaanse zangers en muzikanten verbleef, die in dienst waren van de keurvorst van Saksen. Mogelijk heeft K?nig (hofdichter en vertaler van het artikel van Maffei over Cristofori),voor een introductie gezorgd in dit milieu. Silbermann en K?nig kende elkaar goed, en er zijn zelfs aanwijzingen dat Silbermann een Cimbal d'Amour voor hem bouwde.

Het is dus goed mogelijk, dat Silbermann in deze kringen, vroeg of laat, een door een Italiaan meegenomen instrument van Cristofori aangetroffen heeft. Het is bekend, dat de Florentijnse pianofortes, zowel die van Cristofori als die van zijn leerling Ferrini, terecht kwamen aan de hoven van Lissabon en Madrid.
Vijf van zulke instrumenten worden vermeld in de inventaris van Koningin Maria Barbara (1758). Deze instrumenten hebben veel invloed gehad op de bouwcultuur van Spanje en Portugal.

HOF EN LAND ORGELBOUWER VAN SAKSEN.

Op welk tijdstip Silbermann geconfronteerd werd met een Cristofori weten we niet, maar in verband hiermede zijn de volgende gegevens misschien van belang; in 1723 werd er een attest uitgebracht door drie Dresdener hofvirtuozen over het werk van Silbermann.
Hierin werd alleen van klavichords, clavecimbels en orgels gesproken. Het in 1720 uitgevonden Cimbaal d’Amour werd nog niet vermeld; maar het werd op verzoek van Silbermann in dat jaar nog gepatenteerd.
Als resultaat hiervan kreeg Silbermann nog datzelfde jaar een privilege .dat 15 jaar van kracht bleef, en hij verwierf bij deze het predikaat "Hof en land orgelbouwer van Saksen".
Bij het indienen van dit verzoekschrift in 1723 kan Silbermann geen reden hebben gehad om een nieuw instrument te verzwijgen; met andere woorden; de pianoforte was nog niet in zijn leven ?

In 1725 verscheen de Duitse vertaling van König, van het artikel van Maffei uit 1709, over de pianoforte van Cristofori.
Silbermann maakte niet alleen het door hem uitgevonden Cymbal d’Amour, maar vervaardigde tevens pantaleons voor Hebenstreit.
Totdat ze ruzie kregen, en Hebenstreit via een koninklijk schrijven wist gedaan te krijgen, dat het Silbermann verboden werd, pantaleons te bouwen zonder Hebenstreit's toestemming.

DE MUZIKALE VRAAG


De vertaling van Maffei's artikel, de betrokkenheid met het pantaleon en de bekendheid met Schr?ters plannen, kunnen Silbermann gestimuleerd hebben om ook een instrument te ontwikkelen waar men hard en zacht op kon spelen om aan de muzikale vraag te kunnen beantwoorden.
Pas in 1733 vinden we onder het trefwoord Cimbaal d'Amour, in Zedler's "Universal Lexicon" de vermelding, dat de beroemde Silbermann nog kort geleden een uitvinding heeft gedaan, die hij Pianoforte noemt, en die hij het jaar daarvoor (1732) heeft voorgelegd aan de Keurvorst Frederik Augustus. Hij zou dus rond de 30 er jaren zijn eerste pianoforte gebouwd hebben.

Later stelt Adlung (1758), in een citaat,
“ dat we van Silbermann een verklaring overeenkomstig de werkelijkheid zouden moeten hebben, volgens welk model of volgens welke aanwijzingen hij de vervaardiging van het eerste van deze instrumenten in Duitsland ondernomen heeft. Om die verklaring heeft niemand de heer Silbermann bij diens leven gevraagd en thans is hij al sedert enige jaren dood".

In een volgend citaat laat Adlung geen twijfel bestaan of er sprake is van een uitvinding of niet;

"De Heer Gottfried Silbermann is verder nog beroemd om zijn mooie clavecimbels en clavichords, om zijn uitvinding van het Cimbaal d'Amour, en ook om de verbetering van de pianoforte. Weliswaar is het idee voor deze pianoforte het eerst in Itali?' bedacht en uitgevoerd, maar de heer Silbermann heeft er zoveel aan verbeterd, dat hij ook van dit instrument niet veel minder dan de uitvinder zelf is.

Als we nu alles op een rij zetten, is het duidelijk, dat Silbermann rond 1730 pianofortes is gaan bouwen. Misschien niet direct, maar al vrij spoedig “naar” een echte Cristofori.
Hij reisde in die tijd niet buiten het Saksische gebied, dus moet hij het instrument daar aangetroffen hebben. Behalve tussen 1740-1743, waarin hij ononderbroken gewerkt heeft aan orgels, heeft hij tot 1753 aan zijn pianofortes gewerkt.
Of Gottfried Silbermann de eerste is geweest, die pianofortes bouwde in "Noord Europa" is niet zeker.
We kennen ook enkele instrumenten van de zonen van zijn oudere broer Andreas
Silbermann: Johann Gottfried (1722-1762) en Johann Heinrich (1727-1783) en
Johann Andreas (1712-1783).

Deze Straatsburger werkplaatsen hebben, naar het zich laat aanzien, veel invloed gehad op de verdere ontwikkeling van de pianoforte, men denke bijvoorbeeld aan J.A.Stein.
De invloed van Gottfried Silbermann op leerlingen wat betreft pianobouw lijkt minder groot, al wordt beweerd, dat Frederick enige tijd bij hem werkte. Ongeveer op de helft van de 18e eeuw ontstaat de nieuwe generatie . Zij ontwikkelen de beroemde Weense, en later de Engelse school.


OVER HET INSTRUMENT ZELF


In dit korte bestek is het onmogelijk Silbermann's pianoforte nauwkeurig toe te lichten wat betreft al zijn aspecten.
Als we de Florentijnse pianoforte eens vergelijken met die van Silbermann kunnen we hem wellicht beter leren kennen.
We kennen op het moment nog drie instrumenten van Bartelommeo Cristofori (1720-1722-1726), en een afbeelding van Maffei, van een mechaniek zoals hij dat toen in 1709 in ogenschouw nam.
Van dit type instrument , met een dergelijk mechaniek is er geeneën en bewaard gebleven. Opvallend zijn de onderlinge verschillen bij deze Cristofori pianofortes, en des te opvallender is de gelijkvormigheid van de drie ons nog resterende Silbermann instrumenten .( 1746-46-49 ),terwijl de instrumenten van Cristofori wat betreft kast, snarenplan, en mechaniek nogal uiteenlopen. Zo zitten bijvoorbeeld in elk instrument van hem andere hamerkoptypen en in ??n instrument (1720) een ander stembloksysteem. De pianofortes van Silbermann staan het dichtst bij het laatste Florentijnse instrument uit 1726, vooral het mechaniek.
Enkele in het oog springende verschillen tussen deze Cristofori uit 1726 en de Silberman uit 1749 zijn:
De hamerstelen van de Cristofori worden langer naar de bas toe, terwijl bij Silbermann de hamerstelen gelijk van lengte blijven. De aanslaglinie van de hamers vertoont dus een overeenkomst met de positie van de dokken bij de clavecimbels van beide tradities.
Terwijl bij de Florentijnse piano's de demping per toets afkomt, is er bij Silbermann een mogelijkheid, de demperdokken allemaal tegelijk opte lichten Omdat het een manueel systeem is kan er niet gewisseld worden tijdens het spelen. Silbermann deed deze vinding waarschijnlijk met het Pantaleon nog in zijn geheugen. ( Het Pantaleon had geen demping, en men noemde dit register dan ook wel het Pantaleon-register of Pantaleon-effect).
Er werden zelfs in de zestiger en zeventiger jaren van de 18e eeuw pianofortes gebouwd zonder demping!
De belangrijkste overweging voor deze vinding is ongetwijfeld de muzikale noodzaak geweest, de arme toon, eigen aan de pianoforte, te compenseren.

Niet alleen wat betreft de klavieromvang blijven beiden bouwers trouw aan hun traditie (Cristofori C-c"' en Silbermann FF-e"' ), maar ook wat betreft het corpus van hun instrumenten.
Uit het voorafgaande wordt duidelijk dat Silbermann zich hoofdzakelijk op de mechanische aspecten van Cristofori's uitvinding richtte, terwijl hij klankmatig zijn eigen Saksische traditie voortzette.
Toch had deze samenvoeging van twee elementen zijn konsekwenties; die pas door de volgende generatie helemaal opgelost zouden worden, hoewel de Silbermann-familie in de Elzas trouw bleef aan zijn concept tot in de zeventiger jaren.
Het is niet onmogelijk dat zowel de Freibergse Silbermann als de Straatsburger Silbermann-familie al voor de veertiger jaren naar een eenvoudiger oplossing zochten, en zo de basis legden voor het "prell mechaniek" ; de eenvoudige en doeltreffende voorloper van het” weense mechaniek" .
Na deze overwegingen laten we het instrument zelf aan het woord.

Jan Van den Hemel.


Hoofdpagina